26 okt 2009, 23:36
Ik liep in het donker langs de vuurtoren vanavond. Egmond aan Zee, Beaufortje of vijf, motregen, restaurantjes bezet, en een familie die hun veel te grote auto moest duwen. De accu was leeg want paps, de chauffeur, had het licht aangelaten vóór het diner. Even meeduwen dan maar, want ik had geen sleepkabel bij me, had ik de verdrietige chauffeur al moeten vertellen. Helaas, de ‘tank’ wilde niet starten. 'De ANWB maar even bellen', was mijn advies, en liet vervolgens de teleurgestelde familie achter op de slecht verlichte, winderige en natte parkeerplaats.
'Waarom toch altijd die drang om bij slecht weer, harde wind en regen naar vuurtorens te gaan kijken?', dacht ik bij mezelf.
Ik moet een jaar of tien, elf zijn geweest toen ik met mijn broer Hub, toen nog onder de wapenen, naar Den Helder reisde met de trein. Hij deed 'iets' met radars en vliegtuigen toen. Zus Miep en zwager Herman woonden daar hoog in het noorden, en ik zou er een paar dagen blijven en overnachten tot pap en mam mij weer kwamen ophalen. Ook met de trein, want pap had nog geen rijbewijs.
Op een van de avonden moet het erg hard gestormd hebben, het zal net als nu ergens in het najaar zijn geweest. Herman nodigde mij uit om eens naar zee te gaan kijken. 'Altijd indrukwekkend met dit weer', moet hij hebben gezegd. Wij richting de Helderse Donker duinen. Ik weet niet of het precies daar was, maar ik herinner mij de naam nog. De Donkere Duinen. Daar aangekomen waaide het inderdaad e-no-rum hard. Niet van die watjes-wind die we gewend zijn in Limburg. Nee, échte windkracht negen! Geen vlagen wind met wat uitschietertjes van veertig kilometer per uur, maar een constante veeg lucht die zich aangevuld had met zout zeewater, zand, schuim en de geur van vis vermengd met de rook van verbrande diesel van het veer dat naar Texel voer. Het schip (dat ik jaren later nog tegenkwam als veerboot in Malta) was halverwege Texel en nog maar net zichtbaar door haar verlichting. GRAS had Hub mij geleerd: Groen Rechts Aan Stuurboord. Het ging dus inderdaad ríchting Texel want Groen zat rechts.
Metershoge golven sloegen met donderend geraas en grote schuimkoppen te pletter tegen de basalten golfbrekers. Hier en daar lieten wat wandelaars hun hond uit. Waarschijnlijk zo’n asbakkenrasje, ‘unne fuk’ zouden we in Limburg hebben gezegd, want rashonden had je toen nog niet. Baasjes, diep weggedoken in de hoge kraag van hun jas, zelf gerolde sigaret van Brandaris shag in de mond en kijkend naar de zeiknatte hond die snel z’n poot optilde en z’n plas deed tegen een paal. Klaar om snel weer naar huis te rennen, want daar wachtte en bak vol Frolic-brokken en de heerlijk warme mand. ....’ Even een straatje om, zoals gewoonlijk elke avond......’.
En daar, even verderop, letterlijk als een rots in de branding, stond het baken waar menig schipper die avond naar uit moet hebben gekeken. Lange Jaap, de inderdaad lange rode vuurtoren van Den Helder schoot zijn felle verblindende lichtbundels kilometers ver over de golven, het schuim, en de gitzwarte zee richting boten, kotters en treilers.
Zo werd op die ene avond, en op dat moment nog niet verwacht, een al jaren voortdurende behoefte geboren. Als ik in de buurt ben, en het slecht weer is, móet ik even naar de zee en naar de vuurtoren gaan kijken. Zo ook vanavond. Even de geheimzinnige donkere kracht van de zee ervaren, en vóelen waarom vuurtorens inderdaad een baken zijn voor vissers en schippers die in het pikdonker hun thuishaven moeten zien te vinden. Donker, koud, nat, bang? Dan schiet me ineens die strofe uit ‘ De klok van Arnemuiden’ door mijn hoofd:
----- Wendt het roer - we komen thuis gevaren
Rijk was de buit - maar bang en zwaar de nacht
Land in zicht en onze ogen staren
Naar de kust die lokkend op ons wacht -----
En even later een paar regels uit Kayak’s 'Phantom of the night':
----- The sea has many tales to tell
Of all the sunken ships
But trident hearts conceal them well
Where man will have no grip
Laughing at legends the crew shows no fear
Though fate is near -----
‘Sterk spul hè, die Fishermansfriend’!
Er werden, zo blijkt, meer mensen geïnspireerd door deze scène, dit mysterieuze, ongrijpbare gevoel van de nacht, het weer, de schepen en het baken.
Ik begon dit stuk ook te schrijven toen ik weer eens besefte dat je relatief kleine momenten in de tijd en op heel bijzondere plaatsen op een heel speciale manier kunt blijven koesteren, je hele verdere leven. Omdat je door de sfeer, de gebeurtenis, de mystiek of ervaring gegrepen kunt worden. Dit moment blijft zo altijd bij je. En zo woelde ik het afgelopen uur weer eens door mijn herinneringen en zweefde met genoegen langs enkele van die bijzondere momenten. Zoals die schitterende wandeling op de flanken van de bergen bij Chamonix in ‘87, met het adembenemende uitzicht op de Mont Blanc:
......en de meest eenzame doodse stilte en het haast religieuze landschap bij Landmannalaugar tijdens onze vakantie in IJsland in 1990....
......En niet te vergeten die prachtige wandeling over het mistige en ongrijpbare Hardanger Vidda, midden in Noorwegen in ’91:



Geen opmerkingen:
Een reactie posten